De kwaliteit van de farmaceutische en medische hulpverlening aan Midden- en Oost-Europa door gemeentencontacten

Dit is een kort verslag van het seminar van het Platform Gemeentelijk Vredesbeleid (PGV) en deWerkgroep Geneesmiddelendonaties op 20 juni 1997 te Utrecht.

De volledige publicatie is te bestellen tegen vergoeding van kopieerkosten per e-mail

Inhoudsopgave on-line.

 
 
Inleiding

In 1997 vond in Utrecht een seminar plaats dat zich richtte op farmaceutische en medische hulpverlening aan Midden- en Oost-Europa middels gemeentencontacten.

Deelnemers met ervaringen met geneesmiddelendonaties in het kader van Stedenbanden werden geïnformeerd over de voor- en nadelen van geneesmiddelendonaties door Mark Raijmakers, werkzaam als programmacoördinator bijWemos, lid van de Werkgroep Geneesmiddelendonaties. Hij vertelde over het hoe en waarom van dedoor de WHO opgestelde richtlijnen van geneesmiddelen en verdedigde het standpunt van de Werkgroep:Nee tegen retourmedicatie, en stuur niet wat over is maar wat nodig is.

Jaap Dettingmeijer van Stichting Medic, een non-profit groothandel van (gebruikte) medische hulpmiddelen bedoeld voor ontwikkelingshulp, ging in op de medische hulpverlening met goederen en haar valkuilen in het algemeen.

Het seminar bood een uitstekend platform voor het uitwisselen van ervaringen. Betrokkenen vanuit verschillende steden en projecten vertelden in de discussie die volgde op de inleidingen, over problemen en oplossingen bij het bieden van farmaceutische en medische hulp aan Midden- en Oost-Europa.

 Samenvatting

Mark Raijmakers van Stichting Wemos maakte in zijn inleiding duidelijk dat het sturen van retourmedicatie (ingezamelde medicijnen) naar Midden- en Oost-Europa niet de beste manier van hulp bieden is.

Het sturen van retourmedicatie levert de nodige risico's op: de kwaliteit van deze medicijnen is nooit volledig te garanderen en etiketten en bijsluiters zijn meestal niet in de juiste taal opgesteld. Bovendien kan de lokale farmaceutische industrie zich nauwelijks handhaven wanneer er voortdurend gratis medicijnen gestuurd worden.

Betere alternatieven voor het zenden van retourmedicatie vormen dan ook het ondersteunen van de lokale farmaceutische industrie en het zenden van per bulk ingekochte generieke geneesmiddelen. Het verdient daarbij aanbeveling gebruik te maken van de WHO-lijst met essentiële geneesmiddelen.

Jaap Dettingmeijer van Stichting Medic, hamerde op het belang van een goede voorbereiding van de zending van medische goederen. Hij deed dit vanuit de ervaring van deze non-profit groothandel van (gebruikte) medische hulpmiddelen. Zonder goed plan kan goedbedoelde hulp op allerlei fronten stranden. Een kostbaar röntgenapparaat bleek waardeloos doordat de ontwikkelkosten onbetaalbaar hoog waren. Een soortgelijk apparaat arriveerde geheel beschadigd in Macedonië nadat het tallozen keren van de grens naar het ziekenhuis was gestuurd.

Het is belangrijk om de zending af te stemmen op de mogelijkheden van het land. Een computergestuurde sterilisator levert alleen maar ellende op wanneer de kliniek veelvuldig geplaagd wordt door stroomstoornissen. Wanneer de ontvanger iets moet betalen voor de goederen zal het verantwoordelijkheidsgevoel en daarmee de kans op succes toenemen. Tot slot gaf Dettingmeijer het advies lokale initiatieven te ondersteunen.

Richtlijnen voor het verzenden van medische apparatuur zijn eveneens op deze website te bezoeken.

 Discussie

In de discussie werd de stelling 'Nee tegen retourmedicatie' genuanceerd. In noodgebieden is retourmedicatie soms een oplossing. Retourmedicatie moet dan wel voldoen aan een aantal voorwaarden. Een gedegen selectie en goede voorlichting zijn hierbij belangrijk.

Wie de lokale farmaceutische industrie wil ondersteunen kan niet volstaan met het sturen van geld. Goede voorlichting is essentieel, daar de lokale industrie moet opboksen tegen Westerse artsenbezoekers. Er is een schreeuwend tekort aan objectieve informatie. Hierdoor wordt ten onrechte gedacht dat dure merken beter zijn dan generieke middelen.

Het ontvangen land iets laten betalen voor de geboden hulp vormt een stimulans voor lokale initiatieven. Het geloof in eigen kunnen neemt toe. Problematisch voor de hulpverlening is veelal het transport naar Midden- en Oost-Europa. Douaneregels veranderen voortdurend en hierop valt dus niet altijd te anticiperen. Een goede samenwerking tussen verschillende organisaties kan veel dubbel werk voorkomen. Sommige centra voor Internationale Samenwerking (COSsen) houden transportgegevens bij.

Een goede informatie-uitwisseling tussen hulpverlenende instellingen is essentieel. Sommige deelnemers aan het seminar pleitten zelfs voor het oprichten van één centrale organisatie voor structurele hulpverlening.

 Colofon

De kwaliteit van de farmaceutische en medische hulpverlening aan Midden- en Oost-Europa door gemeentencontacten. Seminar gehouden op 20 juni 1997 te Utrecht organisatoren:

Platform Gemeentelijk Vredesbeleid (PGV) Postbus 30435 2500 GK Den Haag tel: 070 - 373 86 09 fax: 070 - 363 56 82

Werkgroep Geneesmiddelendonaties p/a Stichting Wemos Postbus 1693 1000 BR Amsterdam tel: 020 - 4 688 388 fax: 020 - 4 686 008 e-mail: pharmaceuticals@wemos.nl

 

De inhoudsopgave van de volledige publicatie:

  • Inleiding
  • Samenvatting
  • Nee tegen retourmedicatie
  • Voorbereiding bepalend voor succesvolle zending hulpgoederen.
  • Discussie
    1 Retourmedicatie nee?
    2 Voorlichting is essentieel
    3 Stimuleer lokale initiatieven
    4 Problemen aan de grens
    5 Eén centrale hulporganisatie
  • Bijlage: Literatuurlijst

Copyright stichting Wemos, 1997